Human Doing in plaats van Human Being

Emotie triggert gedrag. Je voelt een emotie en daar handel je eigenlijk altijd naar. Gewoon zitten met een emotie is iets wat we slecht kunnen, we vinden voelen lastig. Het is ons ook van jongs af aan afgeleerd; kwetsbare emoties zijn een teken van zwakte en je bent een human doing en geen human being. Daarnaast is ons aangeleerd dat gedrag een cognitieve keuze is wat je dus kunt veranderen als het niet wenselijk is.

Dat gedrag als reactie op emotie hoeft zeker niet altijd een vlucht te zijn, het kan ook een manifestatie zijn van een gevoel. Zo kan je blijheid voelen en een dansje doen, of liefde voelen en iemand omhelzen. Hierin heb je vaak cognitief een keuze; wat ga ik doen…? Maar als die emoties angst of paniek zijn, dan maak je stresshormonen aan die voorkomen dat je bewust beslissingen neemt. Dan willen we er zo spoedig mogelijk vandaan; iets DOEN zodat we het niet hoeven te voelen. Dat soort reactiviteit op emotie is meestal automatisch; voordat je het weet is het al gebeurd. Dat noemen we een copingmechanisme omdat het vanuit overleving ontstaat; de emoties toelaten kan wel eens heel gevaarlijk zijn. 

Je bent niet je gedrag

Je kan bijvoorbeeld boos of agressief reageren op een gevoel van afwijzing, maar zelden zal iemand anders dat gedrag zien als een uiting van onmacht omdat je niet weet hoe je om moet gaan met bepaalde gevoelens. Onze cultuur denkt ook dat bestraffen van dergelijk gedrag iemand ‘corrigeert’, terwijl het juist tegenovergesteld zal uitwerken. Zet een kind dat zich niet gezien voelt en daardoor brutaal is op de gang en je bevestigt zijn angst en dus de validiteit van de aanwezigheid van zijn copingmechanisme. Een persoon die narcistisch gedrag vertoont wordt gezien als de duivel en niet iemand die zich zo gedraagt om te overleven van de pijn die ondraaglijk is, hierdoor wordt hij bevestigd in zijn overlevingsstrategie.

Bij vluchten van dezelfde emotie, maar door een ander persoon kan het zich weer in heel ander gedrag uiten, zoals bijv: vaak sporten, intensieve sociale omgang met anderen, heel veel denken en analyseren, veel werken, veel hobbies… En deze is misschien nog lastiger door jezelf en door anderen te herkennen als coping omdat het gedrag an sich als ‘goed’ wordt gekenmerkt. Dit zijn copingmechanismen die je veel ziet bij mensen die een ontwijkende hechtingsstrategie hebben, dat is ongeveer 20% van de hele bevolking. Vaak worden ze juist aangemoedigd in en geprezen om hun gedrag en daardoor verder in hun coping gedrukt.

Een andere manier van omgaan met angstige gevoelens waar je je geen raad mee weet, is het zogenaamde ‘pleasen and appeasen’; het anderen altijd naar de zin maken. Dat betekent dat je niet bij je eigen gevoel te rade hoeft te gaan wat je eigen behoeften zijn en hoef je die en je grenzen ook niet aan te geven. Ik maak me wel klein en onzichtbaar. Dit gedrag wordt door onze cultuur vertaald als sociaal, meewerkend en lief, zeker bij kinderen. Dus als een kind uit angst zichzelf onzichtbaar maakt en het wordt geprezen omdat het zo goed luistert naar de juf, dan zeg je eigenlijk: luister maar niet naar jezelf, zo is het ook goed of zelfs beter (voor je omgeving). 

Wat is je motivatie?

Bij gedrag is het dus heel erg belangrijk je af te vragen wat de motivatie is om het te doen, alhoewel dat niet altijd even leuk is om eerlijk tegen jezelf te zijn en te erkennen dat je eigenlijk bang bent. Want dat soort emotie is zwakte en je bent in de onderbewuste overtuiging dat je er niet mee om kan gaan, dat het dus onveilig is er naar te kijken en het te voelen. Door je gedrag cognitief te veranderen zeg je eigenlijk: je mag niet meer vluchten. Alsof je de deur van een brandend huis dichthoudt zodat niemand eruit kan. Dat zorgt niet voor minder angst, dat vergroot het. Je zal je gedrag moeten begrijpen omdat het wijst naar de oorzaak: meestal de overtuiging dat je niet goed genoeg bent zoals je bent.

Transformeren van je systeem

Dit is de cognitieve verklaring, maar veel van de angsten en overtuigingen zijn dus subcorticaal; onder de cortex. Je kan met waarnemen, analyseren, erkennen wat er gebeurt en dat ook een naam geven het niet oplossen. Veel cliënten van mij hebben heel veel diagnoses en snappen cognitief precies wat ze doen en waarom, maar geen idee hoe ze dat kunnen oplossen. Die subcorticale wereld kan je benaderen met Internal Family Systems; het is in een geconcentreerde staat focussen op delen in jou die de reactiviteit en kwetsbaarheid bij zich dragen. Om die vervolgens te begrijpen en te helpen uit die dwang te komen. Het is namelijk meestal al heel vroeg in je kindertijd ontstaan en heeft zich niet ontwikkeld naar volwassenheid. Het zorgt voor een transformatie van je systeem, een integratie van al je delen, geleid door jou en niet door automatisch gedrag en kwetsbare gevoelens. 

Het doel is voorbij te gaan aan alleen copen en benoemen.

Neem contact op

“Trauma is hoe jij vanuit overleving NU in het leven functioneert”

trauma therapist netherlands belgium

Nikki Nooteboom