Neurobiologie ontkent ervaring niet, het laat zien waar het ontstaat

Er is een hardnekkige overtuiging aan het ontstaan dat werken vanuit neurobiologie de ervaring van iemand zou negeren. Alsof het alleen over ‘het fysieke’ gaat en niet over wat iemand voelt en meemaakt. Terwijl het juist andersom is. Wat iemand ervaart, komt ergens vandaan. Het ontstaat niet zomaar. Als je niet begrijpt hoe het brein die ervaring organiseert, blijf je werken met reacties die daaruit voortkomen.

grot vanuit beneden gezien als metafoor voor vastzitten in overlevingsreacties en machteloosheid

Tegenwoordig is er steeds vaker weerstand tegen het integreren van neurobiologische kennis in de kijk op de mens. Men beweert dat neurobiologie gaat over de ‘fysieke’ werking en niet over beleving, waardoor de ervaring van iemand zou worden gedevalueerd. Dat is een enorm misverstand dat geen recht doet aan wat onderzoek naar neurobiologie laat zien: vanuit waar worden ervaringen georganiseerd en wat betekent dat voor de mate van eigen invloed daarop?

In elke andere medische discipline kijken we naar hoe iets functioneert. Er worden scans gemaakt, patronen bekeken, processen onderzocht. Het is de basis van behandeling; het begrijpen van hoe onze natuur werkt. In het brein, en hoe die processen aanstuurt, is dat niet anders. Neurobiologisch onderzoek gaat juist over beleving en hoe dat zich verschillend kan manifesteren.

Beleving wordt vaak gelijkgesteld aan emotie. Maar wat als emotie wordt gezien, is niet één ding. “Ik ben bang” of “ik ben verdrietig” suggereert een herkenbare, bewuste emotie. Als iemand in een overlevingsreactie zit, worden belevingen vanuit een andere organisatie aangestuurd: autonoom (onder- en pre-bewust), vanuit delen van het brein die al 300 miljoen jaar bestaan om ons veilig te houden, zonder dat daar reflectie voor nodig is.

Autonome affect-staten

Vanuit overleving zijn emoties autonome ‘affect-staten’. Die worden niet aangestuurd door het limbisch systeem zoals vaak wordt uitgelegd, maar ontstaan in het middenbrein (met name de PAG), dat direct gekoppeld is aan overleving en reageert zonder reflectie of cognitieve invloed. Je gaat namelijk niet nadenken over de kleur van je schoenen als je moet vluchten. Vanuit die staat wordt gedrag georganiseerd. “Ik had nog zo met mezelf afgesproken dat ik dat niet meer zo zou doen, maar het gebeurt toch steeds weer.”

Dat betekent ook dat wat iemand voelt, niet per definitie iets is waar je op moet vertrouwen als reflectieve waarheid, actief begrip voor moet vinden of in mee moet gaan om het te helpen. Het is een uitkomst van een systeem dat vastzit en activeert op basis van interpretatie van (verleden) gevaar, niet per se een weergave van de werkelijkheid in het hier en nu. Daar zit precies het probleem in hoe er vaak gewerkt wordt, en in de verwachting dat men die ‘affect-staten’ kan beïnvloeden met reflectie en wilskracht. Neurowetenschappen laten zien dat dit niet mogelijk is tijdens een overlevingsreactie, die bij een getraumatiseerd brein vaak structureel is. Dat is juist essentieel om te weten, zodat we niet blijven verwachten wat vanuit die organisatie niet kan.

Van ‘controle over’, naar mogelijkheden

Als dat onderliggende systeem gericht blijft op dreiging, dan blijft alles wat daarboven zit (letterlijk) zich daarnaar organiseren. Cognitieve overactivatie ontstaat bijvoorbeeld vanuit controle als het overlevingsbrein geactiveerd is, maar het heeft er geen controle over. Je kunt hierdoor alles begrijpen, maar er verandert niets, of eindeloos in gedachtenloops vastzitten zonder andere uitkomst. Dan kun je blijven praten, begrijpen, reguleren… maar je verandert de basis niet.

Wat nodig is, is dat dat systeem zelf verandert. Van een constante focus op dreiging naar een brein dat geïntegreerd en aanwezig kan blijven in het huidige moment. Dat vraagt om reorganisatie van de vanuit overleving ontwikkelde organisatie van het brein. Neurowetenschappen laten zien hoe een getraumatiseerd brein structureel vanuit overleving reageert, waardoor er nauwelijks controle is over ervaringen en gedrag. Die machteloosheid kan ervoor zorgen dat iemand steeds verder wegzakt.

Veiligheid

Wat nodig is, is niet meegaan in de reacties die ontstaan in dat overlevingsbrein, maar zorgen dat het brein weer aanwezig kan worden. Onderzoek naar de neurobiologie van trauma en dissociatie laat zien dat het brein daar vaak letterlijk niet toe in staat is. Het activeren van structuren die dat wel mogelijk maken, maar niet ontwikkeld zijn door gebrek aan veiligheid, is waar het moet beginnen. Voorafgaand aan reflectie of verwerking.

Dit is waar kennis van neurobiologie over gaat: begrijpen vanuit waar iemand aanwezig is bij wat er wordt ervaren en hoe het daardoor autonoom reageert. Het is geen ontkenning van ervaring en beleving, het is juist begrijpen waarom iemand het zo ervaart.

Wil je deze kennis toepassen in je werk als professional, dan zijn deze trainingen een logisch vervolg:

Live, online webinar Neuro-Informed Werken

Creatief beeld van vrouw in wolken als metafoor voor dissociatie

Veel van de onderwerpen die in deze artikelen worden besproken komen uitgebreider aan bod in de training Neuro-Informed Werken. In deze training wordt uitgelegd hoe trauma de verwerking van zintuiglijke informatie beïnvloedt, hoe dissociatie ontstaat en wat dit betekent voor therapie bij trauma.

Twee keer 3 uur waarin je kennis krijgt en toepassingsmogelijkheden leert die je ook weer door kunt geven aan je cliënten. Meer informatie vind je hier.

Deze training kan ook binnen jouw bedrijf worden gegeven, op locatie of online. Neem hiervoor contact op met Nikki: info@traumatherapeut.eu.