Het zwevende karakter van analyse
We zijn analyse gaan zien als het tegenovergestelde van zweverigheid. Terwijl denken zich grotendeels afspeelt in een onzichtbare werkelijkheid zonder vaste tijd, plek of context. Wie of wat zweeft er nou echt en waarom zit onze maatschappij er zo in vast?

Wat we tegenwoordig als ‘realistisch’ of ‘nuchter’ zien, is cognitieve analyse. Denken, verklaren, begrijpen, interpreteren. Het idee dat hoe meer iemand ergens over nadenkt, hoe dichter diegene bij de werkelijkheid komt. Alsof analyse gelijkstaat aan algemene waarheid en realiteit. Terwijl juist dat uitgangspunt neurobiologisch gezien veel minder realistisch is dan we ‘denken’, omdat analyseren niet op zichzelf staat maar ergens uit voortkomt en zich op basis daarvan vormt.
Sensorische input is zweverig, denken is realiteit?
Het is eigenlijk opvallend hoe we fysieke aanwezigheid zijn gaan zien als iets vaags of zweverigs. Voelen dat je voeten contact maken met de grond. De zwaartekracht registreren. Oriëntatie in ruimte en tijd. Opmerken wat er nú aanwezig is. Dat wordt al snel weggezet als soft, alternatief of niet-wetenschappelijk. Terwijl dat juist de meest directe, meetbare en biologische informatie is die een mens kan hebben en ook nog eens de basis is voor ons reflectieve brein.
Analytisch denken daarentegen beschouwen we als het hoogste niveau van intelligentie en realiteit. Maar wat ís denken eigenlijk? Het is geen object dat we ergens kunnen aanwijzen en inhoudelijk kunnen meten. Geen stabiele entiteit die los bestaat van de rest van de neurobiologie.
Denken ontstaat uit informatie die eerst via oudere systemen wordt verwerkt: zintuiglijke input, oriëntatie, autonome overlevingsreacties, interne toestand, geheugenactivatie en eerdere associaties. Informatie loopt eerst via systemen die veiligheid inschatten en overleving aansturen — de hersenstam, het middenbrein, sensorische routes en het limbisch systeem — waarna pas analyse, reflectie en bewuste interpretatie ontstaat. De prefrontale cortex maakt daar uiteindelijk een interpretatie van en interpreteert vanuit daar de wereld. Dat is belangrijk, maar het is geen onafhankelijke dirigent die alles bepaalt. Zeker bij stress of traumatisering raakt de cortex vanuit overleving betrokken, of wordt deels buiten spel gezet.
Het denken als structurele paniekreactie
Wanneer het overlevingsbrein actief wordt, verandert de werking van de prefrontale cortex van reflectief naar controle vinden en houden over gevoelens, impulsen, onzekerheid en mogelijke dreiging van buitenaf. Het denken gaat zoeken naar onveiligheid, situaties proberen te voorspellen, te interpreteren, controleren, verklaren en monitoren omdat het systeem voortdurend probeert gevaar vóór te blijven. Het heeft namelijk geen invloed over het overlevingsbrein dat al die alarmen activeert. Dat kan uiteindelijk bijna obsessief worden en constant aanwezig zijn. De aandacht trekt steeds verder naar binnen, weg van de omgeving, weg van andere mensen en weg van directe aanwezigheid in het moment.
Dat maakt de huidige maatschappelijke hiërarchie eigenlijk vreemd. We behandelen de analytische functie alsof die boven de rest staat, terwijl die functie volledig afhankelijk is van wat oudere systemen doorgeven, of niet. Bedenk je maar eens hoe anders je bijvoorbeeld over straat loopt in een staat van angst en in een staat van blijdschap.
De controlemaatschappij als ons normaal
Toch hebben we onze hele maatschappij rondom analyse en controle ingericht. Onderwijs beloont analyse en onderdrukt sensaties, emoties en behoeften. Psychologie richt zich grotendeels op cognitie en gedrag, op de uitkomst en niet op de plek die de basis ervan vormt. Het leert mensen hun gedachten en gedrag te onderzoeken, verklaren en corrigeren. Alsof bewust begrip automatisch leidt tot verandering, terwijl het bij stress geen regulerende functie heeft op het overlevingsbrein. Onze algemene maatschappelijke instelling is dat het altijd beter moet, dat het huidige moment altijd overstegen moet worden. Jagend naar meer, groter, sterker, sneller, gemakkelijker, slimmer, rijker. En het denkende brein is ermee geobsedeerd, waardoor de realiteit vervaagt en waarheid alles kan zijn wat je zelf bedenkt.
Denken vanuit controle is zwevend
Analyse is hierdoor geen teken van realisme meer. Vaak juist het tegenovergestelde. Denken is namelijk een ruimte waarin tijd geen vast gegeven is en zich meestal afspeelt in het verleden of de toekomst. Scenario’s kunnen eindeloos worden herhaald en met terugwerkende kracht worden aangepast. Gevoelens kunnen worden geactiveerd zonder duidelijke aanleiding en lopen vaak door elkaar. Het brein kan tegelijkertijd bezig zijn met gisteren, straks, vroeger en mogelijke dreiging nu. Daardoor kan analyse iemand steeds verder wegtrekken uit directe registratie van het huidige moment. Alles wordt mogelijk en mensen raken daarin verstrikt omdat analyse alles overstemt. Je kunt geen kop thee meer zetten zonder ergens rond te zweven in analyse.
We zien het in deze tijd heel sterk terugkomen dat mensen de realiteit kwijt zijn en die ook actief proberen te ontwijken en gedrag laten zien die grenzenloos en volledig reactief is. Er ontstaat meer controlefocus op gedachten, interpretaties, voorspellingen en analyses, terwijl direct contact met omgeving, positie in ruimte en actuele veiligheid afneemt. Hierdoor ontstaat er minder ontwikkeling van en geïntegreerde samenwerking tussen breinnetwerken en menselijke netwerken. Het brein blijft georganiseerd rondom dreiging en interne voorspelling, in plaats van actuele oriëntatie en verbinding.
De denkmaatschappij als hertraumatiserende katalysator
De constante nadruk die de maatschappij legt op analyse en controle veroorzaakt en versterkt hierdoor precies de toestand waar veel mensen al in vastzitten. Interne focus. Afsluiting van de omgeving. Minder contact met het huidige moment. Minder registratie van zwaartekracht, positie, ruimte en andere mensen. En misschien is dat wel de grootste paradox. Dat we analyse zijn gaan zien als het tegenovergestelde van zweverigheid, terwijl juist eindeloos denken zich grotendeels afspeelt in een onzichtbare, instabiele en nauwelijks direct waarneembare werkelijkheid. Gedachten kunnen overal naartoe bewegen zonder begrenzing van tijd, ruimte of actuele context.
De meest concrete informatie die een mens heeft, komt juist vanuit directe registratie. Waar ben je? Wat zie je? Wat hoor je? Wat is de positie van je lichaam in de ruimte en ten opzichte van andere mensen? Wat gebeurt er nu daadwerkelijk? Dat is de basis waarop de rest van de neurobiologie zich organiseert. Het zou mooi zijn als we de maatschappij en alle systemen daarop zouden kunnen inrichten. Maar vooralsnog houden we vast aan de cognitieve maakbaarheid van de mens, of het nou realistisch is of niet. De behoefte om analyserend controle te krijgen over alles is inmiddels zo onrealistisch geworden, dat we zelfs een computergestuurde prefrontale cortex hebben gecreëerd in de vorm van AI, die ook alleen weet wat je het vertelt en alles behalve menselijke realiteit is.
Wil je deze kennis toepassen in je werk als professional, dan zijn deze trainingen een logisch vervolg:
Live, online webinar Neuro-Informed Werken
Veel van de onderwerpen die in deze artikelen worden besproken komen uitgebreider aan bod in de training Neuro-Informed Werken. In deze training wordt uitgelegd hoe trauma de verwerking van zintuiglijke informatie beïnvloedt, hoe dissociatie ontstaat en wat dit betekent voor therapie bij trauma.
Twee keer 3 uur waarin je kennis krijgt en toepassingsmogelijkheden leert die je ook weer door kunt geven aan je cliënten. Meer informatie vind je hier.
Deze training kan ook binnen jouw bedrijf worden gegeven, op locatie of online. Neem hiervoor contact op met Nikki: info@traumatherapeut.eu.


